Rechtbank oordeelt : WWIK moet blijven tot overgangsregeling

terug

De afschaffing van de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK) is door de president van de rechtbank in Amsterdam ongedaan gemaakt. De Eerste en Tweede Kamer hadden al  afgelopen maand ingestemd met een wet die de WWIK per 1 januari 2012 zou opheffen. Kunstenaars  en vakorganisaties vonden dat er  te weinig tijd was om zich daarop voor te bereiden. De WWIK, de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars blijft nu dus bestaan  Feitelijk betekent dit  dat kunstenaars die voor 1 januari 2012 gebruik maakten van de WWIK en kunstenaars die nog WWIK-rechten hebben openstaan, daar gebruik van mogen blijven maken totdat er is voorzien in een adequaat overgangsrecht.

Het  kort geding tegen de Staat werd  aangespannen door  FNV KIEM en de BBK

Succesvolle regeling

De WWIK steunt kunstenaars bij het opbouwen van een zelfstandige beroepspraktijk. Zij hebben 48 maanden recht op 70 procent van een bijstandsuitkering als zij een stijgend inkomen weten te vergaren uit hun kunst. Ze mogen bijverdienen tot een totaal van 125 procent van het bijstandsniveau.

Uit een evaluatie uit 2010 van de WWIK blijkt dat van de kunstenaars die er gebruik van maken, ruim 94 procent er in slaagt een renderende beroepspraktijk op te bouwen en uitkeringsonafhankelijk te worden.